17 juni 2005: Truus vertrekt naar Toronto voor een congres, Peter volgt de week daarna. We hebben bij Alamo een auto gehuurd voor een rondreis van dik 3 weken. De eerste nacht bleven we in het hotel waar Truus al sliep, daarna kozen we steeds motels voor de overnachtingen. De laatste 2 nachten sliepen we in een 'residence' op de campus van een hogeschool. De weergoden waren ons (te) goed gezind, we troffen een hittegolf aan en hebben in al die tijd vrijwel steeds temperaturen tot ver in de 30 graden gehad met uitzondering van wel geteld 1 regendag.
|
|
naar Toronto Om 3 uur uit de veren krijgt Peter op Schiphol te horen dat er vertraging is, deze loopt op tot 5 uur en om 1 uur ’s middags vertrekken we. En prima vlucht, 1 uur wachten voor de Canadese immigration en daarna nog een half uur bij de autoverhuurder Alamo, probeert Peter alle functies uit van de Toyota Corolla, de ons de komende weken overal moet brengen. De automatische transmissie is handig als je aan het Noordamerikaanse verkeer went. Een uitrit gemist, de volgende gepakt, helaas daar is geen oprit, dan maar op de gok richting Toronto … Peter eindigt in Mississauga waar hij omdraait. De kaart is verraderlijk omdat de afstanden zo veel groter zijn dan we gewend zijn. Anderhalf uur later komt Peter in het Marriot Hotel aan en ziet Truus weer. |
|
Toronto - Simcoe ON Truus heeft nog een ochtend op de conferentie, samen gaan we met de shuttlebus er naar toe. Het conferentiecentrum ligt aan de voet van de CN Tower en de Skydome. Omdat de tower pas om 9.30 uur opengaat maak ik een wandeling naar de oever van de Lake Ontario,en film tot de camera zegt: verwissel band. Het bandje is pas half gevuld en de reserve ligt in het hotel. Niets helpt, dus kan ik het mooie uitzicht vanuit de toren niet op video vastleggen, gelukkig heeft Truus eerder foto’s gemaakt tijdens haar bezoek. Een wandeling brengt met door de binnenstad en het Eaton Center (een groot winkelcentrum) terug naar het hotel. We starten onze rondreis en stoppen ergens in Toronto voor boodschappen in een supermarkt en voor een wegenkaart bij de pomp. |
|
Simcoe - Wellsville PA Na een betrekkelijk korte rit parkeren we buiten Niagara Falls voor $ 4,50 en een gratis vervoer per shuttle i.p.v. $ 12 tot 15 nabij de waterval te dokken. De watervallen zijn indrukwekkend, vooral de Canadese horseshoe falls zijn geweldig. Toevallig ontmoeten we een collega van Truus die na de conferentie ook hier naartoe zou gaan. Al tijdens de rit door de stad vielen de vele gokpaleisen op, de omgeving van de watervallen is bezaaid met torenhoge hotels, uitzichttorens, kabelbaan, luchtballon voor een beter uitzicht en voortdurend komen helicopters over. Het is er redelijk druk, maar niet vervelend. Opeens zien we mennonieten lopen… |
|
Wellsville - Plainfield NJ We verlaten de staat New York en komen in Pennsylvania. Via landelijke routes door het verlaten Sproul State Forest draaien we bij Williamsport de Interstate 80 op. Eerst hebben we de tank gevuld, benzine is een van de weinige goedkope zaken hier, 1 gallon (3,8 liter) voor $ 2,30, dus 50 €cent per liter. We gaan nu ‘kilometers, nee mijlen maken’ om in de buurt van New York City te komen. De airco in de auto mag zich bewijzen bij 30 graden buiten. Aan de staatsgrens van Pennsylvania naar New Jersey doen we een toeristeninfo aan (die zijn bij staatsgrenzen aan de doorgaande wegen te vinden) en dekken ons in met kaartmateriaal, folders en een boekje met coupons (kortingsbonnen). |
|
|
We nemen de auto voor Park en Ride, het is zaterdag en plaats genoeg bij het station. De commuter train brengt ons in 1 uur via een overstap in Jersey City naar het Pennsylvania Station in Manhattan. We besluiten zo’n hop-on hop-off bus te nemen die een stadsrondrit van 4 ½ uur (!) verzorgt. Boven op de dubbeldekker met open dak is het uitzicht goed en de gids maakt er een echte show van. De indrukken zijn overweldigend – het is heet (33 graden), druk, lawaaig, er is zo veel te zien dat je niet weet waar je moet kijken en ondertussen gaat de uitleg maar door. Verhit en moe gepraat mengen we ons tussen de drukke massa op de sidewalks en vinden een Indiaas restaurant. Het eten is goed, de ober geeft zicht zelf al vast een fooi en zet dat ook zo op de rekening. We vinden New York interessant en indrukwekkend, maar de stad kan ons hart niet winnen; vooral Truus vindt het er te druk en niet gezellig. We lopen terug naar het station waar we op het nippertje de trein missen, dan maar 1 uur wachten. We nemen het besluit om niet nog een dag New York City te doen maar verder te reizen. |
|
Plainfield - Milford CT Via Staten Island een Brooklyn gaan we op pad naar Manhattan. Het verkeer is niet zo druk op zondag (geen vrachtverkeer) en al gauw passeren we de bruggen die Staten Island verbinden. In Brooklyn zoeken we een havenpier op om zicht te krijgen op het vrijheidsbeeld, dat we nog niet hadden gezien. Verderop is er kans om aan de voet van de Brooklyn Bridge te parkeren met een mooi zicht op de brug en uiteraard de skyline van Manhattan. We rijden over de brug en dwars door Manhattan langs het Central Park naar het noorden. In de Bronx is het aantal blanken miniem, maar de wijk doet niet onprettig aan. We stoppen er voor een maaltje bij Wendy’s waar we nog een van die superlange witte limo’s zien maar nu gemaakt van een Hummer (zie foto)! We zijn nu al uren onderweg in de auto en hebben alleen nog maar stad gezien! Dit gaat zelfs nog een stukje door nadat we de stadsgrens met Connecticut zijn gepasseerd. Nu brengt ons de weg door kleinere plaatsen, die allemaal typisch uitzien maar niet zo veel van elkaar verschillen. In Milford ontdekken we een aardig uitziend motel waar we besluiten te overnachten. |
|
Milford - Lexington MA Vlakbij het motel begint de kustweg – het is wel weer warm maar mistig langs het water, toch wel een leuke sfeer. In Clinton gaan we wat travellerchecks verzilveren en rijden van de kust af richting noorden. Een pont zet ons over de Connecticut river en we komen bij Gillette Castle. Gillette was een vertolker van Sherlock Holmes en heeft dit huis conform de beschrijving van Conan Doyle gebouwd. Er omheen is een prachtig landschapspark met poelen en de overblijfselen van een spoorlijn – heel maf. Ondertussen is de zon weer volop aan het branden en loopt de temperatuur weer goed op. We gaan naar Providence in Rhode Island waar we de Interstate 95 opdraaien. Naar mate we dichter bij Boston komen wordt het verkeer steeds stroperiger tot het uiteindelijk vastloopt. We hebben aan de staatsgrens van Massachusetts weer informatie en coupons gehaald en kiezen een Motel in Lexington, een historische voorstad van Boston. De auto gaat ondergronds en erboven is een soort overdekt pleintje met daaraan de kamers – best leuk maar net als in een kas - snikheet. We regelen dat we morgen vlakbij worden opgepikt voor een stadstoer van Boston. |
|
|
Om 8 uur staan we klaar bij een ander motel dichtbij de Interstate en even later komt een minibusje ons oppikken. We rijden nog zo’n uurtje langs 2 andere adressen en dan gaan we bij de files richting binnenstad aansluiten. Eerst bezoeken we de Charlestown Navy Yard voor de Old Ironsides – het statige zeilschip U.S.S. Constitution. Aan de andere kant lopen we over de destroyer Cassin Young uit de Tweede Wereldoorlog. Er is nog tijd voor een korte wandeling doot het museum en de bus brengt ons langs Constitution Hill naar het kerkhof met graven van velen die bij de geschiedenis van Boston en de VS betrokken waren. Vooral de naam van Paul Revere is voor de Amerikanen heel bekend en blijft ons de hele dag langs de historische route (Freedom Trail) achtervolgen. Vlakbij ligt de Old Northern Church en de Italiaanse wijk. Het doet allemaal wat Europees en knus aan. Vanaf hier gaan we door naar de binnenstad. Op de Faneuil Hall Market Place is een groot gebouw met daarin allemaal stalletjes die eten verkopen, van vis en Italiaans naar Grieks, Chinees enz. Geen grote ketens maar allemaal kleine ondernemers. Het is er razend druk, ook wij gaan ons voorzien en eten buiten op een van de vele stenen bankjes. Niet alleen hier wordt gegeten, ook in het gebouw is er ruimte met tafeltjes om te gebruiken. Daaromheen zijn optreden van musikanten en goochelaars. De bus brengt ons da de middagpauze langs enkele historische gebouwen naar het stadion van de Red Soxs, onze toerleider/chauffeur is er fan van. We hadden al eerder voor Tim zo’n rood t-shirt gekocht. De toer gaat naar de voorstad Cambridge met het immense campus van de Harvard universiteit – prachtige oude gebouwen. Met dezelfe route terug komen we weer bij onze auto. |
|
Lexington - Gorham NH We kiezen een snelle route naar Manchester en gaan dan op de secundaire weg langs de Lake Winnipesaukee (wat een naam) de White Mountains in. Helaas zien we niet zo veel van de bergen, het is bewolkt en heiïg en her en der rommelen wat onweren. We nemen toch de pittoreske weg 112 en laten de uitzichtspunten links liggen. De weg gaat het smalle dal van de Franconia Notch NP in, we proberen de resten van de Old Man, en rotsformatie met het gezicht van een oude man waarvan echter enkele jaren gelden de neus naar beneden kwam, te zien. We kiezen in het slaperige stadje Gorham een motel, waar men ons vraagt of we al moose (elanden) hebben gezien. Vlakbij ligt de moose alley, een stuk weg waar we in de schemering beslist elanden kunnen zien. |
|
Gorham - Brewer ME Met flinke zonneschijn krijgen we toch nog wat te zien van de White Mountains en houden we bij een waterval een eerste stop. We verlaten New Hampshire en komen in Maine. Het lijkt alsof het weer hier anders wil – het is bewolkt, laag hangende wolken, bijna mistig en toch heel warm. Bij Brunswick komen we aan de kust, maar het grijze weer blijft. We rijden de befaamde kustweg no. 1 maar zijn minder onder de indruk dan we hadden verwacht. In Belfast staat plotseling een hert naast de weg in een tuin, voordat er foto is genomen heeft hij helaas de benen genomen. |
|
Brewer - St.Henri QC In Bangor kunnen we weg 15 niet vinden en rijden wat heen en weer voordat we richting Moosehead Lake gaan. Het wordt een rit door heel landelijk gebied, we stoppen bij een houten overdekte brug voor een fotosessie en bekijken aan de oever van de Moosehead Lake de voor de Indianen heilige Mt.Kineo, een grote rots. Even verder staat er plots een eland langs de weg – vol in de remmen en het dier steekt achter ons over. Dit blijkt de enige eland te zijn die we te zien krijgen. |
|
|
Een korte rit brengt ons naar Lévy, aan de overkant van de St.Lawrence-rivier (of de St.Laurent); er is een mooi uitzicht op Québec, vooral het imposante hotel Château Frontenac valt op. |
|
Charlevoix-kust Het is zondag en via de snelwegen langs Québec komen we redelijk snel aan de andere kant van de stad. Daar ligt het waterval van Montmorency: 85 m hoog. Een wandeling voert je heel dichtbij maar net voordat we goed nat worden gaat het over trappen naar boven. Steeds zijn er uitzichtpunten om naar het vallende water en de bijbehorende regenboog te kijken. Er is een brug over de waterval en van bovenaf ziet het ook heel imposant uit. We gaan dezelfde weg terug en rijden langs de St.Lawrence naar Ste.-Anne-de-Beaupré. Dit is een bedevaartsoord en het is er heel druk. In de kerk is er nog een dienst en we gaan er een tijdje voor zitten. |
|
St.Henri - Sacré-Coeur QC We pakken de auto vol en via de al bekende snelwegen langs Québec komen we weer op de highway 138 naar het noorden. We maken een ommetje voor de Mt. Ste.-Anne, een groot skigebied met ontboste heuvels en komen terug op de pittoresque weg langs de oever. We gaan in de frisse wind vanaf de rivier picknicken. De rivier is hier machtig, enkele kilometers breed. |
|
Sacré-Coeur - Lac-Bouchette QC Het regent ! Op het balkon van onze kamer ontbijten we in de hoop dat het weer opklaart. Maar het tegendeel is waar zodat we de boottocht afblazen en door de mist verder rijden. Ook de uitzichtspunten langs de fjord laten vooral veel grijs zien. We rijden door naar de Lac St.Jean. Eerst barst nog een zware onweersbui los en dan begint het droog te worden. De lunch is weer in zo’n lekker wegrestaurant. Doel van de rit is het openluchtmuseum van Val-Jalbert. Er was daar een houtpulpfabriek en de eigenaar heeft voor de werknemers en heel dorp van houten huizen laten bouwen. Gedeeltelijk heeft men de huizen gerenoveerd en voorzien van authentieke spullen. Om het nog levendiger te maken zijn er toneelspelers in de kledij van 100 jaar geleden die zich als bewoners gedragen. We bekijken de school (er is les), komen de pastoor tegen, zien mensen bezig in de woonhuizen. De fabriek is omgetoverd tot restaurant en winkel en daar vertrekt ook een kabelbaan naar het domein van de houthakkers en een uitzichtspunt voor de watervallen. Ook onderaan zijn watervallen en aan het einde van ons bezoek is er een gezamenlijk optreden van alle toneelspelers met liedjes en sketches (video). Gezien het Frans in het algemeen en het Québecois in het bijzonder snappen we er niets van.
|
Musée Historique de Val-Jalbert:
|
Lac-Bouchette - Repentigny QC De weg voert door de heuvels van de Laurentiden, verder zuidelijk ook de Mauricie genoemd. Het is er verlaten met veel bos en meertjes. Na ongeveer 200 km wordt het weer meer bewoond. Na de lunch (wegrestaurant natuurlijk) wordt de omgeving minder aantrekkelijk. We besluiten voorbij Shawinigan (in de buurt van Trois-Rivières) de snelweg op te gaan. Omdat motels altijd in de buitenwijken liggen gaan we ruim voor Montréal van de snelweg af en kunnen weer eens geen motel vinden. Gelukkig brengt de VVV in Repentigny (een voorstad van Montréal) uitkomst. |
|
Montréal Het eerste doel is het Parc Olympique – een lift langs de schuine toren brengt ons naar het uitzichtplatform, de stad ligt aan onze voeten. Het stadion met de wielerrenbaan (het dak oogt als een fietshelm) is verbouwd tot Biodome. Er zijn 4 biotopen. In de jungle is het vochtig warm en vliegen veel bonte vogels, papegaaien; in het water zitten krokodillen. In de gematigde biotoop is er naast lynxen veel plaats ingeruimd voor grote aquaria. Deze zijn er ook in de Laurentidisch biotoop, zeg maar de Canadese. Verder zijn er veel watervogels. De pinguins in de arctische biotop sluiten af. |
|
Montréal Volgens de routebeschrijving van de jongen in de VVV rijden we tot een groot winkelcentrum. Het is er gratis parkeren en de metrohalte is er ook. Gewapend met een dagpas en een plattegrond gaan we naar downtown Montréal. We verbazen ons over de grootschalige ondergrondse stad (alle metrostations in het centrum zijn onderling verbonden met een enorm tunnelstelsel waarlangs allemaal winkels). Tussen de wolkenkrabbers door lopen we naar de oude stad en zien de Christ Church Cathedral, zitten naar het stomende en spuitende fontein op de Square Victoria te kijken, we lopen naar de kathedraal Notre-Dame, het stadhuis, de marché Bonsecours, en de kapel Notre-Dame. We hangen wat rond bij de Vieux Port en mengen ons tussen het publiek van het Jazzfestival op de Place d’Arms. De metro brengt ons naar de universiteit maar een wandeling door het parc Mont-Royal is toch verder dan we dachten. We cancellen dit plan en gaan door richting Italiaanse wijk. Er is een lange winkelstraat waar het publiek een goede afspiegeling is van de multiculturele samenleving in Canada. De Italianen zijn de grootste groep (met eigen tv, radio, kranten enz.) en de voertaal in deze wijk is uiteraard Italiaans. We gaan in een restaurant met buffet eten, uiteraard op z’n Italiaans. Op tijd voor de rush hour verlaten we Montréal en gaan terug naar Repentigny. |
|
Repentigny - Carleton Place ON De snelweg aan de noordkant biedt de mogelijkheid om het drukke Montréal te mijden. Al gauw rijden we op secundaire en verlaten wegen door de slaperige dorpjes langs de Ottawa river (rivière Ouataouais in het ‘Frans’). De hoofdstad zelf is niet zo groot, in het centrum ligt het complex van de parliamentsgebouwen. Voor de VVV staan wat mountainiers muziek te maken. We zijn weinig onder de indruk van de stad al rijden we er nog wat rond en gaan wat eten in een hamburgertent. |
|
Carleton Place - Whitney ON Door agrarische gebied gaat de weg naar het westen; langzaam aan wordt het bos talrijker en vooral groter en dichter totdat er alleen nog bos en meren zijn waar de weg doorheen gaat. We vinden in Whitney een motel, rijden door tot de East Port van de Algonquin N.P. 5 km verderop om ons te oriënteren en folders te halen. We kopen ook toegangskaartjes voor de komende twee dagen, eigenlijk zijn het parkeerkaarten want de toegang is gratis. We gaan in het dorp bij een wegrestaurant eten, doen nog wat boodschappen en rijden een stuk door tot een picknickterrein waar we op een bank in de schaduw neerstrijken om te lezen, te puzzelen en van het mooie weer te genieten. |
|
Algonquin National Park Om 4 uur gaat de wekker en nog in het donker vertrekken we naar het park. We hopen tijdens de schemering elanden te zien en volgens de reisgids moest dat geen probleem zijn. Helaas wisten dat de elanden niet en lieten zich dus niet zien. Na zo’n 40 km door het park zetten we de auto op een parkeerplaats en beginnen aan een gemarkeerde wandeling van 13 km die ons belooft om dieren te kunnen spotten. Het enige wat we echter tegen komen zijn naast wat eenden in de meertjes vooral muggen. Hoe langer we onderweg zijn hoe erger de muggen worden. Tenslotte wordt het plezier van de wandeling door de prachtige natuur dusdanig vergald dat we besluiten om te keren. Hoe het verder gaat weten we niet, maar dat de muggen op de terugweg minder worden wel. |
|
Whitney - Midland ON Voordat we het park helemaal doorkuisen (ogen open voor elanden, je weet maar nooit) stoppen we bij de Lake Opeongo. Er zijn daar kano's te huur. |
|
Midland - Oakville ON Vlak bij Midland ligt Ste.Marie-among-the-Hurons, weer een openluchtmuseum. Men heeft hier een nederzetting van Franse jezuïeten nagebouwd, zij trachtten de Huronen (indianen) te bekeren. Ook hier is er verlevendiging door toneelspelers die tevens gidsen zijn. Naast de woon- en werkvertrekken (boerderij, smid, kleermaker) zijn er een kerkje, een ziekenhuis en zelfs een kerkhof nagemaakt. Verder zijn er tipi’s en een longhouse van de Huronen. Er is ook een binnenmuseum met veel artefacten en mooie displays. |
|
Toronto Met de auto gaan we tot het station van Oakville en verder met de trein naar Union Station. We wandelen de binnenstad in, door het Eaton Center, een overdekt winkelcentrum dat Truus nog niet had gezien, kijken bij de Toronto City Hall en de Old City Hall en lopen door naar de Dundas Street West, hartje Chinatown. Zelfs de straatnaambordjes zijn Chinees ondertiteld, alle reclameborden, winkelnamen, gezichten en veel producten zijn Chinees. We komen in een Chinees winkelcentrum bij van de hitte en lopen dan door naar Kensington Market, een multiraciale buurt met veel alternatieve winkels. Om de hoek op Spadina Avenue kom je dan weer in het Aziatische deel met veel Chinese, Vietnamese en Thaise restaurants. Natuurlijk gaan we naar de Chinees en eten er heerlijk, niet vergelijkbaar met de Hollandse Chinees. |
|
Toronto - Eindhoven We gaan ’s ochtends op ons gemak inpakken, uitchecken en rijden naar het vliegveld. We leveren ons trouw karretje na 6500 km in en betalen aan de incheckbalie voor 4 kilo te veel bagage (eigenlijk zijn het er 8) 27 $ bij en doden de tijd met wat eten, lezen en puzzelen. Keurig op tijd boarden we en vertrekken om 16.45 uur. |
|