China, al lang op het verlanglijstje en gaat de vaste club (Nel, Jules, Truus en Peter) er naar toe. Vanwege het complete programma gaan we met Kras ondanks dat dit een grote groep belooft (het zijn er 36). Onze reisleider, Michel Lebon echter is goud waard: veel kennis van China, ruime ervaring, goede organisator, perfectionist en prettig in de omgang. |
||||||||||||||||||||||
naar Beijing Het is 26 april 2007, na een treinreis van 2 uur vanuit Eindhoven (hoe krijgt de NS het voor elkaar) gaan we door de bekende molen op Schiphol en vertrekken we rond 10 uur ’s avonds met Southern China Airlines richting Beijing.
|
|
|||||||||||||||||||||
|
Al gauw wordt het boven Siberië weer licht en zo’n 9 uur na het opstijgen is er de touchdown op Beijing Airport. Er wordt de eerste lading yuan gepind, de koers is gemakkelijk (100 yuan is ongeveer 10 euro). Na kennismaking met de reisleider worden de koffer in het gelid gezet (dit is China!) en gaan we per bus door de buitenwijken richting centrum. Het verkeer door de hoogbouw (bijna allemaal zo’n 25 verdiepingen hoog) is druk en chaotisch. Hebben ze wel verkeersregels? We worden een restaurant binnen geloodst en krijgen eetinstructie waarna we de stokjes onhandig beginnen te hanteren. Maar het eten aan grote ronde tafels waarbij alle gerechten op een draaiplateau staan smaakt heerlijk. Een korte busrit brengt ons naar het tempelcomplex van de hemel. Het is er druk (Chinese toeristen en enkele buitenlanders), we bewonderen niet alleen de mooie kleurrijke tempels maar ook de Chinezen: veelal in groepen, continu foto’s nemen in de meest rare poses, hard roepen, rochelen, voordringen, staren naar die rare buitenlanders, lachen om de grapjes die we maken waarbij de tienermeisjes snel onze harten stelen. We leren over het bouwen zonder spijkers en het lijmen van muren, de rare getallen 9 (die zijn keizerlijk net als draken en gekleurde muren en daken). Veel wil er niet meer in het hoofd, de vermoeidheid laat zich gelden. In het hotel zijn we tevreden met de kamers en het diner. We doen nog even wat boodschappen (cola, water, chips) in een winkel aan de overkant en worden we gruwelijk afgezet (maar dat vermoedden we toen alleen maar). |
|
|||||||||||||||||||||
Chinese muur Beijing heeft een uitgebreid wegennet met ringwegen en brede uitvalswegen maar ook veel weggebruikers zodat we veelvuldig stilstaan. Sommigen krijgen heimwee naar het verkeer in de Randstad! Toch lukt het ons om bij de eerste Krasactiviteit te komen: een cloisonné-fabriek. Hier worden met koperdraadjes figuren gemaakt op vazen, schilderijen enz. en de holtes opgevuld met email. Na uitgebreide tijd in de winkel gaat de bus verder. Net als in Beijing is het buiten de stad heel heiig, zicht in de stad ongeveer 500 m, daarbuiten zo’n 3 km. We zijn al bijna in de bergen voordat we ze kunnen zien. Doel is een gerestaureerd stukje van de Chinese muur bij Badaling. We gaan dit indrukwekkende bouwwerk beklimmen en schuifelen met duizenden anderen (voornamelijk Chinezen) omhoog. Naar mate het steiler wordt zijn er minder mensen en is het uitzicht mooier. Ter plekke wordt nog tussen de souvenirwinkels geluncht. Het volgende doel zijn de Ming-graven van Changling met de reusachtige Ling’en hal. We zien de hoge drempels en de schermen achter een deur tegen de boze geesten (die hebben geen benen, kunnen niet over een hoge drempel en geen bochten nemen). Vlakbij maken we een wandeling over de ‘heilige weg’ met aan weerskanten beelden van dieren en hoogwaardigheidsbekleders, een stemmige weg die eindigt bij een schildpad die je mag aanraken voor een wens. Terug in Bejing gaan we in een restaurant Chinees eten. |
|
|||||||||||||||||||||
Verboden stad De dag begint met het Chinees/Westers ontbijtbuffet en een qua afstand korte rit naar het Plein van de Hemelse Vrede. Het wemelt er van andere toeristen, politie, stillen en verkopers: “hallo lollex (het R van Rollex wil niet), hallo mambla (=pen van Montblanc) enz. enz. Jules wordt bijna agressief tegen een mannetje dat hem echt gaat stalken. Na de groepsfoto gaan we richting de Verboden Stad, Een enorm complex vol hallen, ‘kantoren’, huishoudelijke ruimtes en de verblijven van de bewoners: eunuchen, die de ware machthebbers waren en concubines voor de keizer. Die zat opgesloten in zijn verblijf met als enige rol: bevruchten van de concubines. De gebouwen zijn vergeven van de details die allemaal een betekenis hebben. Kort gezegd moesten ze de boze geesten weghouden en voorspoed en geluk bevorderen. Ondanks het gedrang en de met megafoons uitgeruste Chinese gidsen kunnen we toch heel wat van Michels deskundigheid genieten. Hij weet meer te vertellen dan de Engels sprekende plaatselijke gids. Onze lunch wordt in een restaurant met wel bijzondere wasbakken genuttigd. De middag brengen we door in het Zomerpaleis (yiheyuan), een project van de keizermoeder Cixi, we lopen honderden meters op een pad langs het meer en komen uit bij het marmeren schip dat het failliet van de Chinese marine betekende; namelijk bekostigd uit de begroting van die marine en het ding kan niet eens varen. Dat kan het bootje dat ons terugbracht wel. Yiheyuan ligt in een prachtige omgeving. |
|
|||||||||||||||||||||
|
Met de bus naar het station Beijingxi (west) – een groot station dat chaotisch aandoet maar goed georganiseerd is. We gaan per trein naar Datong in de provincie Shanxi. Nadat de kaartjes zijn gecontroleerd mag de handbagage door een scanner en wij naar binnen. De grote bagage is al in het hotel opgehaald. In een grote wachtzaal hangen we rond doordat we via een zijingang al vast naar het perron mogen, sneu voor alle andere reizigers die nog in een lange rij wachten. De treinwagon heeft vrij harde banken, 4 plaatsen aan de ene en 6 aan de andere kant. In de buurt van de wc (Franse stijl) is een warmwaterketel voor thee of soep. Het is bijna 1 mei met de daar aansluitende vakantieweek, heel China gaat op pad. Dat hebben we geweten. Er zijn nog genoeg staanplaatsen op de balkons en in de gangen, al duurt de treinreis 6 uur! En de handbagage (vaak in de vorm van grote juten zakken) moet natuurlijk ook een plek krijgen. Al gauw wordt het heet, gaan de ventilatoren aan het plafond aan en de ramen open. Toch een hele ervaring als is de communicatie met de medereizigers moeizaam. Het landschap is stoffig, gelig grauw en saai. |
|
|||||||||||||||||||||
Datong, naar Taiyuan Versterkt door het druilerige weer is het landschap vol kolenmijnen en bijhorende nederzetting mistroostig; de busreis gaat naar de Yungang grotten. Dit zijn ondiepe grotten vol Buddha’s en Boddhisatva’s, zo’n 50000 variërend van 4 cm tot 7 m groot. De leeftijd is zo’n 1000 jaar. Ze bieden ons ook beschutting tegen de flinke regenbuien. 3 miljoen inwoners. |
|
|||||||||||||||||||||
Taiyuan, naar Pingyao De vakantieweek is aangebroken en dat is goed te merken als we vanuit Taiyuan per bus naar Jinci, een complex met tempels, pagodes in een parkachtige omgeving. Voor de Chinezen een uitje, het is er dan ook behoorlijk druk. De tempels geven een goed overzicht over de 3 geestelijke stromingen die hun stempel op China drukten en drukken: het confucianisme, het taoisme en het buddhisme. |
|
|||||||||||||||||||||
|
Een uitgebreide wandeling leidt ons door dit Cultureel Werelderfgoed en om te beginnen in het `openluchtmuseum` van provincie-yamen, dan beklimmen we de zuidelijke stadspoort (de zuidelijke poort was altijd de belangrijkste) en tenslotte de buddhistische ….tempel. |
|
|||||||||||||||||||||
|
Het ochtendritueel is gezien de zeer basale sanitaire voorzieningen nogal basaal en niet echt fris komen we in Xi’an aan. Het station ligt recht tegenover de imposante stadsmuur. En korte rit brengt ons naar de Grote Ganspagode, een tempelcomplex in een parkachtige omgeving, relatief rustig in zo een grote stad. We krijgen uitleg over de dierenriem en de specifieke kenmerken die bij het dier horen van het jaar waarin we zijn geboren. De lunch nemen we weer eens in een groot restaurant (zelfs met optredens ’s avonds) met een uitgebreid buffet. Na de lunch klimmen we bij een van de poorten op de stadsmuur en kijken we naar de tegenstellingen: de oude muur en de hypermoderne wolkenkrabbers ernaast. Rond 500 n.Chr. was Xi’an de grootste stad van de wereld en startpunt van de zijderoute. Op pad in de islamtische wijk komen we weer eens in een toeristenfuik, de weg naar de moskee. De Chinese gebouwen laten het vermoeden niet opkomen dat het hier om een Islamitisch heiligdom gaat, het minaret, dat er wel moet zijn maar heel klein, hebben we ook niet gezien. Op de terugweg gaat Jules nog een rugzakje kopen en Peter neust tussen de schilderijen op rijstpapier. Na het opfrissen in het hotel gaan Truus en Peter op stap naar de supermarkt, een uitje dat bijna 2 uur duurt een veel indrukken oplevert, waaronder een flinke discussie tussen klant en winkelpersoneel rondom een gebroken handspiegel. |
|
|||||||||||||||||||||
Xi'an Er wordt grote drukte verwacht bij het Terracotta-leger. Toch gaan we eerst langs een verkoopschuur waar de krijgers in alle maten en kleuren de koop zijn, nadat er is uitgelegd hoe de krijgers in elkaar zitten. Het plan om via de achteringang te komen wordt door een agent verijdeld en we gaan in een soort golfkarretjesbusje zitten om snel bij de ingang te komen. Het is er inderdaad druk maar het leger is overweldigend. Elk gezicht is anders en de meeste van de 7000 figuren staan bij elkaar in een grote hal. In een ander gebouw zijn nog bronzen figuren zoals koetsen getrokken door een vierspan. De terugweg gaat weer langs de onvermijdelijke toeristenfuiken en na een korte rit lunchen we naast een mislukte pretpark met namaakpyramides en farao’s en ander soort prul. |
|
|||||||||||||||||||||
|
Uitgeslapen komen we in Nanjing aan nadat we kort voor het station de Yangtze-rivier hebben gekruist, al is vanwege de mist het zicht niet zo best. Nanjing (de naam betekent zuidelijke hoofdstad) heeft een ex-nationaal (nu provinciaal) museum met een uitgebreide tentoonstelling van kunstvoorwerpen. Wat later zien we de brug, een van de grote bouwwerken van de vorige eeuw vanaf een van de torens en krijgen we wat uitleg bij de maquette. |
|
|||||||||||||||||||||
Nanjing, naar Suzhou Net buiten het centrum van Nanjing zijn groene heuvels en op een ervan is het mausoleum van Dr. Sun Yatsen, de grondlegger van de Chinese republiek. Via trappen kun je er naar boven lopen, het mausoleum is niet bijzonder maar het kijken naar al die Chinezen wel. Na een kort ritje komen we in een ander deel van het park. Een mooie wandeling brengt ons naar een soort wassenbeeldmuseum waar mijlstenen uit de geschiedenis van China worden uitgebeeld. |
|
|||||||||||||||||||||
Suzhou, naar Shanghai Een andere cultureel werelderfgoed is de Lingering Garden in Suzhou. Een bijzonder fraai park waarin de elementen van de Chinese tuinaanleg mooi tot hun recht komen: gebouwen, rotsen, water en planten. In de gebouwen zijn voorstellingen waarbij stukken uit de Chinese opera worden gereciteerd. We stoppen om de jade-buddha tempel te bekijken die zijn naam heeft gekregen door 2 figuren van witte jade. Ons hotel ligt betrekkelijk centraal en we nemen ons intrek op de laag geleden 13e verdieping. Chinezen zijn waanzinnig bijlgelovig, maar het ongeluksgetal is 4, en het geluksgetal 8!Na het invallen van het donker gaat de bus naar de Bund, de weg vol koloniale gebouwen langs de Parelrivier. We schepen in op een rondvaartboot en worden overmeesterd door de verlichte architectuur. Veelzijdig, wisselende lichteffecten, tv-schermen over de hele hoogte van een wolkenkrabber, onmogelijk om te beschrijven, kijk maar naar de video. |
|
|||||||||||||||||||||
Shanghai Vlakbij de Bund ligt de Yuyuan (mandarijnen-) tuin, een vergelijkbaar object met de Lingering Garden in Suzhou. We blijven een tijdje hangen bij een mini-orkest dat een openluchtvoorstelling geeft. Voorbij de uitgang van de tuin is een bazaar dat oud oogt maar allemaal nieuwbouw is. Er is een vijver met theehuis en zigzagbrug, de bekende winkels en vooral veel publiek. Opvallend is de gouden nepboom die met rode lintjes is behangen, op elk lintje staat een wens. |
|
|||||||||||||||||||||
naar Chengdu De zon van gisteren heeft plaats gemaakt voor de bekende ‘mist’. De bus neemt de spiraalbochten van de Nanpu-brug en zet ons in Pudong af bij de eindhalte van de Maglev; dit is een magneetzweeftrein van Duitse makelij die in 7 minuten naar het nieuwe vliegveld aan de kust gaat. Een film laat zien wat het onderzoeksprogramma inhoudt. Nog steeds blij om wat we hebben gezien stoppen we ergens om te eten. We eindigen in het centrum, het Pretty Tianfu hotel. Vlakbij zijn kleine winkels open waar we wat gaan inslaan. Nel en Jules die net als velen in de groep al dagen hoesten gaan met een groepje naar de Chinese doctor/apotheek, die de pols voelt en dan de medicatie bepaalt. De hoestbuien werden door een medereiziger veroorzaakt die het niet de moeite vond er iets aan te doen en bijna iedereen een hoestvakantie bezorgde. |
|
|||||||||||||||||||||
Leshan Het is wat druilerig als we voor een lange busrit vertrekken naar Leshan. We doen er meer dan 2 uur over de 150 km en schepen in op een boot om een stukje op de Min te varen tot we bij de reuzenbuddha (Dafo) komen. Met 71 m hoogte is dit het grootste Buddhabeeld na vernietiging van de beelden in Afghanistan. De buddha is helemaal uit de steen gehakt en kijkt sereen uit over de monding van de Dadu en Qingyi in de Min. In een restaurant langs de rivier lunchen we en waaien nog even uit in het parkje bij de rivier. Langs de snelweg zien we rijstvelden waarop gewerkt wordt en op de heuvels terrasvormige theeplantages. We stoppen bij een centrum waar we thee kunnen proeven en natuurlijk … kopen. |
|
|||||||||||||||||||||
|
We verlaten Chengdu en nemen de vlucht naar Guilin, dat is zo’n anderhalf uur vliegen. Tijdens de busrit naar het hotel zien we al de typische karstheuvels die ons aan de mogotes in Cuba laten denken. Even buiten de stad liggen de Rietfluitgrotten. Er is een enorme verscheidenheid van figuren ontstaan door de stalagmieten en stalactieten, er zijn enorme hallen met ondergrondse meertjes. Alles wordt verlicht door veelkleurige lampen, die wat kitscherig aandoen maar wel diepte geven aan het geheel. We verlaten de koelte van de grotten en moeten het weer doen met de plakkerige warmte en de opdringerige straatventers; hier wil men ons voornamelijk fotoboeken verkopen. Na het inbreken van de nacht nemen we een kijkje bij de aalscholvervissers. De aalscholvers hebben en ring om de nek zodat ze de vis niet doorslikken en zijn getraind om de buit op de boot in te leveren. De vis wordt gelokt met scherpe lampen. We bekijken dit vanuit een boot en gaan dan te voet verder, er is ons een waterval beloofd. Die is er ook, over de hele breedte van het Waterfall Hotel loopt het water vanaf de hoogste verdieping naar beneden, begeleid door muziek uit luidsprekers. Vlakbij ligt het Rongmeer met de 2 pagoden die in het meer staan en fel verlicht zijn. De bomen aan de oevers van het meer worden door veelkleurige schijnwerpers aangestraald. De wandeling brengt ons langs muzikale fonteinen en veelsoortige bruggen. Bij de overgebleven Zuidpoort van de stadsmuur staat een boom waarvan gezegd wordt dat hij 1000 jaar oud is. We lopen nog een tijdje langs het meer in de grote drukte die er heerst, dit is duidelijk een echt Chinees vakantieplezier. |
|
|||||||||||||||||||||
Li rivier Net buiten de stad ligt een aanlegsteiger waaraan tientallen boten op klandizie wachten. We schepen in en vertrekken onmiddellijk. Het regent, de laaghangende flarden van wolken tussen de bultige heuvels zorgen voor een sfeervol beeld. Het is een karstlandschap waarbij erosie voor het grillige beeld heeft gezorgd. Met elke bocht op de rivier is er weer een nieuwe blik op dit magnifieke landschap. Het verblijf op het bovendek (foto’s, filmen) wordt door de lunch onderbroken. |
|
|||||||||||||||||||||
Guilin, naar Guangzhou Yaoshan staat op het programma, een berg die we met een kabelbaan veroveren en die ons een mooi uitzicht op de karstheuvels belooft. Het laatste is door de ‘mist’ beperkt maar wel mooi, het ritje met de kabelbaan is ontspannen. Zo echt Chinees vinden we de relax-muziek uit luidsprekers die op de masten zijn gemonteerd. Vogels zijn er amper te horen, die zijn een lekkernij, zo valt het ook op dat er alleen jonge honden zijn te zien… We gaan langs uitgebreide grafmonumenten in de heuvels terug naar de stad komen we in een mooi park langs de rivier uit. Daar nemen we plaats en krijgen uitleg over de kunst van het kalligraferen en het penseelschilderen op rijstpapier. De professor zelf maakt onder ons toeziend oog een klein schilderijtje waarna we in de galerie kunstwerken kunnen aanschaffen. Michel weet een leuk restaurant, we eten en drinken er goed. De vrouwelijke ober aan onze tafel blijft maar sterke drank schenken en met ons proosten, net als wij wordt ze er steeds vrolijker door. |
|
|||||||||||||||||||||
|
Het station van Canton of Guangzhou is enorm en druk net als het plein ervoor. We ploegen ons door de menigte hen en ervaren meteen de plakkerige warmte in die stad. Michel vertrouwt het niet zo dat we een dag vrijgelaten zouden worden en heeft toch nog een programma gemaakt. |
|
|||||||||||||||||||||
|
Voor weer een hoogtepunt brengt ons de bus naar Panyu. We passeren de grenscontrole en schepen in op een snelle katamaran. Die vaart ons naar Hongkong waar we eerst Immigration en gezondheidscontrole passeren. Het uitzicht vanaf Kowloon op Hongkong Island is overdonderend, de skyline kan zich zeker meten met Manhattan en wordt door de achterliggende bergen nog geaccentueerd. Onze plaatselijke gids het ons “welcome back to civilization’ (!) en houdt na het passeren van de tunnel onder de haven door een fotostop. We verkennen het uitgestrekte Hongkong Island nog een stukje per bus en gaan dan over de heuvels door naar Aberdeen. Met een bootje vaar je hier tussen de djonken door met op de achtergrond de overdadige hoogbouw. |
|
|||||||||||||||||||||
naar huis Een superlange dag breekt aan met de rit naar het Witte wolken vliegveld (Baiyun Airport) van Guangzhou. We checken alles in, doen een lange wandeling door het gebouw en eindigen in de bus naar het vliegtuig dat ons in 3 uur tijd naar Beijing brengt. Op het vliegveld van Beijing moeten we door de douane om later weer op dezelfde stoel in hetzelfde vliegtuig te zitten voor de laatste etappe naar Schiphol. Wat we bij het landen al opmerkten was dat de lucht helder was, geen ‘mist’ zoals we in Beijing hadden meegemaakt. Jammer dat we geen plaats aan het raam hebben. |
Dank aan de perfecte reisleider Michel !
|