Bij de ondertussen al vertrouwde Kras hebben we een fly-drive geboekt van een week naar het milde klimaat van het bloemeneiland Madeira.

We vertrekken op 3 november 2008.

         
             Kras Transavia
               
          vliegtuig   


kaart


naar Funchal

De reis begint al om half 11 de avond voor vertrek, Bart zet ons op het station af en we laten ons naar Schiphol brengen. We hadden gehoopt nadat we al elektronisch hadden ingecheckt dat we onze koffers kwijt konden, maar we werden tot een nacht Schiphol veroordeeld. De banken zijn niet echt slaapvriendelijk met die uitstekende armleuningen, dus we houden wat hazenslaapjes voordat we rond half 5 onze koffer kwijt kunnen. De vlucht gaat voorspoedig, we kunnen zelfs wat slapen en landen rond half 10 plaatselijke tijd op Madeira Airport.
Het is er lekker warm en we halen onze auto op, een Mitsubishi Colt. Via de snelweg en een eindeloos kronkelende bergweg strijken we neer in ons hotel: Jardim da Serra. Dit ligt wat hoger en het is er niet meer zo warm, het is toch zo’n 4 à 5 graden verschil met aan de kust.
Nadat we ons geïnstalleerd hebben gaat het weer het kronkelweggetje naar benedenen met de plattegrond van Funchal gaan we op weg naar een winkelcentrum. Omdat de plattegrond nogal onnauwkeurig is vragen we de weg en met omzwervingen kunnen we boodschappen doen. We verkennen het winkelcentrum nog wat uitgebreider en rijden daarna het centrum van Funchal in voor een eerste kennismaking. Deze avond gaat het vroeg naar bed.

 

Colt
brug
Funchal
Camara

Funchal

Fris als hoentjes en gesterkt door het standaard ontbijt rijden we terug naar Funchal en volgen de borden naar de botanische tuin. Het autorijden is niet vervelend, men rijdt goed door maar let ook goed op. Er wordt relaxed gereden en men houdt zich goed aan de regels. Alleen de wegwijzers zijn een beetje Belgisch: vaak niet te vinden of voorbij de bocht of op rare plaatsen. Dat is even wennen. We slenteren door de prachtige botanische tuin met soms mooie uitzichten op Funchal en omgeving. Ondanks dat het als laat in het jaar is bloeit er nog veel, tja, 20 graden is geen gekke temperatuur voor begin november. Er is zelfs een heel stuk met exotische vogels in kooien en een enkele reuzenschildpad. We peuzelen ons middagmaaltje op het parkeerterrein op en gaan terug naar de stad en zetten de auto in een parkeergarage. Het is een kleine stad gevuld met vooral toeristen, m.n. Engelsen en Duitsers. We slenteren door het centrum, gaan wat in het park zitten, lopen langs het boulevard en hebben het dan toch wel gezien. We rijden het centrum uit en pauzeren op een pleintje met uitzicht op de zee. Er zitten hevig discussierende mannen (ruzie?) die later de dominostenen pakken en daarin helemaal op gaan. De terugweg gaat weer over het smalle bergweggetje waar niet alleen oom de haverklap auto’s staan geparkeerd (bocht of niet) en bij gebrek aan een stoep ook regelmatig voetgangers lopen. Je blijft als bestuurder wel wakker.
Madeira is bergachtig en heeft maar beperkte ruimte aan de kust,w aar de meeste mensen wonen. Het is dus schipperen met ruimte op de hellingen en toch komt men die overal tekort.
We gaan het terrein van het hotel verkennen. De bouwer ervan, een vroegere Engelse consul ligt zelfs op het terrein begraven. Het zwembad stelt echter teleur omdat het diepste punt zo’n 1 m diep is, genoeg om wat te spartelen, maar zwemmen?

 

Botanische tuin 1
Botanische tuin 2
Botanische tuin 3
straat Funchal
kerst?
bloem

Porto Moniz

Na het ontbijt rijden we over de snelweg naar Ribeira Brava en dan de bergen in. De snelwegen bestaan voornamelijk uit tunnels en die gaan we verder mijden. De weg stijgt snel totdat we op de Boca de Encumeada van het uitzicht kunnen genieten. Behalve de zee aan weerskanten zijn er de toppen Pico Ruivo (1862 m) en Pico Arieiro (1826 m), ook vanaf de 1000 m hoogte waarop wij zijn nog spectaculair. We stijgen verder om op 1600 m hoogte bij Bica de Cana de auto achter te laten en naar de top te wandelen. Helaas dringen vanaf de noordkant de wolken de berg op en lopen we in dichte mist. De weg gaat verder over een ruige hoogvlakte, de Paúl de Serra tot bij het parkeerterrein van Rabaçal waar vandaan veel wandelaars vertrekken. De weg slingert door de bergen heen en geeft steeds weer een ander uitzicht tot we plotseling hoog boven de plaats Porto Moniz staan, het meest noordwestelijke punt van het eiland. Beneden wandelen we langs de waterkant en zien de door de zee uit het lavagesteente uitgeholde kuipen waarin men kan baden.
We kiezen een restaurant met terras en zeeblik en doen ons tegoed aan de vis. De zon is heerlijk warm en beschut tegen de wind zitten we aan het water te lezen en te puzzelen. We besluiten via de noordkant van het eiland terug te rijden maar al gauw blijkt dat die weg is vernieuwd en voornamelijk door tunnels gaat. In de tegenrichting is de oude kustweg nog wel te berijden, maar ja, eenrichtingsverkeer. Met een korte tussenstop in Seixal zijn we in een wip in São Vicente, de afstanden zijn klein. Rijd men via de oude wegen duurt het echter lang omdat ze nogal smal en kronkelig zijn en door alle dorpen leiden. Ook terug nemen we de weg over de Boca de Encumeada en rijden nog een stuk dezelfde weg naar Paúl de Serra, maar daar is het nog mistig. Even verderop stoppen we en lopen langs een levada, een irrigatiekanaal waarvan er honderden kilometers op Madeira liggen. Het loopt prettig omdat het maar zacht stijgt of daalt maar toch missen we onze wandelschoenen.
Op de terugweg doen we nog de Cabo Girão aan, een hoge klip van zon 500 m met mooi uitzichten.

 

Encumeada
pas
Paúl da Serra
Porto Moniz
natuurbad
omhoog
rond Funchal

Ontbijten en we worden weer door de zon verwelkomt en willen we in Funchal naar de supermarkt. Die gaat echter pas om 10 uur open en zo rijden we de parkeergarage weer uit waar we bijna door een tegenligger worden geramd. Hij rijdt weer achteruit en duikt daarna opnieuw tegen de richting de garage in. Wij nemen we de weg naar een uitzichtspunt vanwaar men het dorp Curral das Freiras zo’n 500 m lager ziet liggen. Het dorp is aan alle kanten van bergen opgeven en de weg er naartoe gaat, inderdaad, door een tunnel.  Op de terugweg pauzeren we in een bosje en rijden dan door naar de Quinta do Palheiro Ferreiro, ook wel bekend als Blandy’s Gardens. Een particuliere estate met een mooie, wat Engels aandoende tuin. We struinen er lekker rond maar helaas raakt het wat bewolkt. Toch is het er lekker zitten en omdat er maar een handvol bezoekers rondloopt is het heerlijk rustig.
Ondertussen zijn we ook goed vaardig geworden in het gebruiken van de kaart in combinatie met de borden en het lukt ons zelfs om binnendoor het dorp Monte te bereiken. Dit dorp ligt hoog boven Funchal en de meeste toeristen komen er met een kabelbaan. We lopen naar de witte kerk met het standbeeld van de laatste Habsburger die daar begraven is. Vanaf de balustrade kijken we uit naar de attractie voor toeristen: houten sledes waar je met zijn tweeën en twee begeleiders de weg afglijdt, zo tussen de auto’s door. Van ons hoeft dat niet zo. We lopen nog wat door Monte voordat we met de auto weer ‘huiswaarts’  gaan.
Vlak bij het hotel is een weg die omhoog gaat naar de Boca da Corrida, daar willen we nog naar toe. De weg wordt opeens geplaveid en net voor een behoorlijke stijging staat een auto midden op de weg. We moeten er langzaam langs, bladeren aan de zijkant van de weg en daar laat de Colt het afweten, hij komt de helling niet ophoog. Dus onverrichter zaken weer richting hotel rijden.


Curral das Freiras
tuin 1
tuin 2
bloem
Monte

Pico do Areiro

Het weer ziet er weer prima uit en we besluiten de bergen in te rijden. Eerst winkelen we nog in een supermarkt en een lange slingerweg brengt ons op 1810 m hoogte, het parkeerterrein van de Pico do Arieiro. Het rotsen kleuren van grijs, bruin naar roodbruin en soms bijna oranje doortrokken van zwarte banen en de vegetatie in alle groen/geel/bruin-schakeringen past er mooi bij. Er is een breed voetpad naar de hoogste top, de Pico Ruivo, maar desondanks de goede weg is het niet verantwoord om met gewoon schoeisel verder te gaan. We draaien om en genieten van het schouwspel van de opstijgende wolken die door de wind over de toppen en kleine passen worden geblazen. Het zonlicht speelt er doorheen. Het ene moment lopen we in de volle zon, even later is het mistig, maar alles wordt door de wind voortgejaagd.
Op de terugweg stoppen we bij zo’n mooi aangelegd picknickterrein waar zelfs stenen barbecue-ovens staan opgesteld. Het ziet er verzorgd uit en je ziet ook geen slingerend vuil. We rijden terug naar de Paso de Poiso en gaan dan noordwaarts en worden met mooie uitblikken op de bergen en de zee beloond. Tenslotte doen we Santana aan waar enkele typische tentachtige huisjes staan (palheiros). In Faial is de Rocha de Aguía (Adelaarsrots) die in zee steekt. De weg komt uit in Porto da Cruz, een verstild plaatsje met een restaurant aan de kust. Ook daar is weer een zonnig terras en we laten ons lekkere biefstuk serveren.
De weg naar de zuidkust slingert door de bergen, dit gedeelte van Madeira is zichtbaar armer. In het dorp Camacha pakken we de verkeerde route en hup zitten we in de tunnel die ons binnen 5 minuten aan de kust aflevert. We zoeken een parkeerterrein op voor de koffie met uitzicht op zee en Funchal. Op ons gemak brengt onze Colt ons weer huiswaarts, als vergast hij ons bergafwaarts regelmatig op een piepje (handrem).


Pico 1
Pico 2
Pico 3
Pico 4
Truus
Santana

Zuidwest

Kort na ons vertrek opnieuw richting Ribeira Brava wordt de lucht meer bewolkt, het is niet zo’n stralende dag. We nemen de slingerweg langs de zuidkant van het eiland naar Ponta da Sol. De kustweg loopt voornamelijk door tunnels, dus we nemen de hoger gelegen weg naar Calheta en door richting Fajã da Ovelha. Onderweg is er een mooi plekje, daar strijken we op een picknickbank neer, koffie, puzzelen, lezen, rondkijken. Bij Ponta do Pargo ligt op het meest westelijke punt van het eiland een vuurtoren. Dit gedeelte van Madeira is heel uitgestorven, weinig leven in de dorpjes en de wat grijze lucht maakt het er niet beter op.
Kort voor Porto Muniz (zie dag 3) gaat de weg weer omhoog en ondanks dat we de weg 3 dagen eerder in omgekeerde richting hadden afgelegd ziet het er heel anders uit. Regelmatig drijven mistflarden over, er lopen koeien over de weg en er is weinig verkeer.
We slaan af richting Prazeres en dalen weer af richting kust. We zien de thermometer in het dashboard van 13 graden omhoog klimmen en grappen nog, straks wordt het aan de kust nog 21 graden. In Calheta dalen we dus af tot aan de promenade, en ja, inderdaad de zon en 21 graden.
Langs de promenade staan allemaal picknickbankjes, en daar gaan we naar toe.
Na uitgebreid luieren, koffie, puzzelen, lezen gaan we via de binnenweggetjes weer richting Cabo Girão en tussendoor naar het hotel. We gaan nog een poging doen de Boca da Corrida te bereiken, de auto zal er vandaag wel niet staan. Dit is zo en kort naar de steile helling is het uizichtspunt op Curral das Freiras, nu vanaf een heel ander standpunt en tegen de avond.


bloem
Peter
vogel
Curral das Freiras

Zuidoost

Voor deze laatste dag is er nog het uiterste oosten van het eiland en via Funchal rijden we naar Camacha en dan binnendoor naar Machico, de tweede plaats van Madeira. Er is een mooie promenade waar we gaan zitten met uitzicht op de hoge golven die door de vandaag wat hardere wind tegen de rotsen worden gesmeten. Het plaatsje Caniçal is heel bedrijvig met plaatselijke dagjesmensen, helaas staat naast het dorp een industrieterrein vol olietanks en een haven. De weg loopt dood op een parkeerterrein waar een wandelpad start langs de Baia de Abra. Het is een kaal gebied dat aan Ierland laat denken. De vulkanische rotsen hebben allerlei kleuren, roofvogels cirkelen in de lucht, de wind waait door het haar en alles wordt door een lekker zonnetje overgoten.
Bij de Ponta do Castelo draaien we weer om vanwege ons schoeisel. De weg gaat hier nog verder met aan weerskanten de oceaan, voorbij palmen bij de Casa do Sardinha en eindigt even verder bijna bij het meeste oostelijke punt dat op een eilandje ligt.
We willen in Caniço eten maar vinden geen geschikt restaurant met een parkeerplek in de buurt en rijden door naar Machico. Ook daar moeten we op een parkeerplaats buiten het dorp parkeren en teruglopen. In een visrestaurant vol inheemse gasten wordt Truus teleurgesteld door een vissalade (gewoon sla met tonijn uit blik) en is Peter heel blij met inktvis en knoflooksaus (met veel knoflook).
De terugweg gaat via de zuidelijke kustweg, de tunnels vermijdend, langs het vliegveld dat voor de helft op stelten in zee staat totdat we op een doodlopend stuk vastzitten. Een stuk snelweg biedt uitkomst en nog eens door de binnenstad van Funchal en de Estrada Monumental komen we voor het laatst in Câmara de Lobos voor de klim naar het hotel.


Baia d'Abra
rotskust
Ponta do Castelo
rotsformaties
Cabo Girão

naar huis

Om 6 uur gaat de wekker en na het uitchecken zoeken we nog in het donker de weg naar beneden en via de snelweg en een laatste tankstop komen we op het vliegveld. We zetten onze Colt op het parkeerterrein en nemen afscheid van het karretje, leveren de sleutels in en wachten totdat de incheckbalie open gaat. We hangen op de gebruikelijke manier op het vliegveld rond, slaan nog wat sigaretten voor Bart in en verlaten Madeira voor de 4 uur durende vlucht naar Schiphol. Daar regent het , verliezen we 1 uur door het tijdsverschil en levert ons de trein rond half 6 weer op het station in Eindhoven af. We kijken op een geslaagde vakantie terug dankzij de organisatie van Kras.


Funchal
bloem