Syrië en Jordanië in 22 dagen, wij (Truus en Peter) hebben gekozen voor Shoestring omdat we ook een excursie naar Baalbek in Libanon kunnen doen.
|
|
naar Damascus De bekende trein levert ons 25 april op Schiphol af voor de vlucht naar Londen. Na 4 uur wachten op Heathrow gaat het met BMI verder naar Damascus. Daar maken we kennis met Dieneke en John en wachten vergeefs op de het laatste en 5e lid van onze groep. We worden van een groepsvisum voorzien en op het parkeerterrein wacht een busje met de chauffeur Nidal om ons naar het New Petra Hotel in Damascus te brengen. Daar wordt aan de balie verteld dat Hanneke al eerder was aangekomen en reeds op de kamer veblijft. Omdat Dieneke op dezelfde kamer slaapt maken we in de deur kennis met een slaperige Hanneke. Voor ons allen is de vraag echter: waar is onze reisleider? |
|
Damascus (dag 1) Hanneke had al de weg naar de agent gevonden en daar gaan we ook naar toe. Er blijkt het nodig mis: een reisleider hebben we pas vanaf overmorgen, de excursie naar Baalbek kan zeker niet worden uitgevoerd zoals door Shoestring beloofd (minsten $ 100 de man). Ook telefonisch contact met Shoestring verandert daar niets aan. We laten het voor wat het is en besluiten ons pas terug in Nederland kwaad te maken. Vlakbij ligt het vroegere Hejaz treinstation, een prachtig gebouw met mooie glas-in-lood-ramen. Vlakbij ligt de oude stad met een reusachtige autovrije soek, de hoofdweg (Al Hamidiyya) is overdekt en alle mogelijke koopwaar is in de kleine winkels te verkrijgen: kleren, goud, vlees, ijs, schoenen enz. In een winkel zien we een mooi tafelkleed en worden voor de thee gevraagd in de nabije winkel nr. 2 annex dakterras. Daar komen we in een levendig gesprek met ‘Ali Baba’, die ons ook uitnodigt om te blijven ‘lunchen’. We gaan voor de boodschappen met zijn neef Husam (eigenaar van de winkel) de soek in en even later helpen de dames met het koken. Bij het eten schuift dan ook nog winkelpersoneel aan, er zijn niet genoeg borden, geen nood, we delen de boel wel. Na nog meer thee, nog wat kleden die voor Hanneke op het terras worden gelegd vertrekken we zonder iets gekocht te hebben. Volgens onze gastheren geen probleem, we hebben een staaltje typische Syrische gastvrijheid meegemaakt. Het is al donker als we onze trip door de oude stad voortzetten en in een cafeetje nog wat napraten. Moe en voldaan lopen we terug naar het hotel.
|
|
Damascus (dag 2) Na het ontbijt (vladenbrood en gewone ontbijtingrediënten met daarnaast yoghurt) in een drukke eetzaal vol aardige Iraanse pelgrims wordt Peter tot gids gebombardeerd en Truus als bank aangesteld, zij beheert de gemeenschappelijke pot. We starten met het National Museum dat veel voorwerpen bevat verdeeld in drie afdelingen: preklassiek, klassiek en islamitisch. Buiten is een grote beeldentuin. Vlakbij is de Süleymanmoskee en een toeristische soek, we lopen door en komen in een typische volkswijk met kleine winkeltjes, we mogen een bakkerij bekijken en uiteindelijk belanden we weer in de oude stad. Ook de soek Medhat Pasha, tevens bekend als Bijbelse Straight Street is overdekt. We rusten uit in het stille binnenhof van het Deens Cultureel Centrum en dwalen dan door de Joodse en Christelijke wijk. De hele stad is een groot museum met historische gebouwen. We worden niet alleen hierdoor overdonderd maar ok door de geluiden, geuren en activiteiten in de stad. Soms lijkt het een tijdreis in het verleden van 1001 nacht die dan ruw wordt doorbroken door de Arabische ringtone van een mobieltje of de claxon van een passerende automobilist. In het achter een onschijnbare deur verborgene restaurant Al-Khawali doen we ons tegoed aan een uitbundige Syrische maaltijd. Daarna gaan we weer de soeks opzoeken dit tot laat in de avond pulseren van het leven.
|
|
Damascus (dag 3) Vanochtend maken we kennis met Bashar, onze gids in Syrië. Een goedlachse man die gidst naast zijn werk in het National Museum. Hij weet niet alleen veel maar vertelt er ook met Oosterse welbespraaktheid over doorspekt met grappen.
|
|
Damascus - Hama We beklimmen na het ontbijt het comfortabele busje en Nidal houdt de eerste stop in Seidnayya. Hoog op een heuvel is een Grieks-Orthodox convent gebouwd. De reis gaat door naar Maalula, een dorp waar nog Aramees (de taal van Jezus) wordt gesproken. Na een bezoek aan de Convent van de Heilige Thekla voert een pad door een kloof naar de kerk van Sint Sergius. |
|
Hama - Latakia En ja hoor, de noria’s draaien. Dit is op zich niet zo spectaculair, maar het geluid wel. Ze kreunen, steunen, soms ritmisch en de plaatselijke mensen vergelijken dit met het geluid van kamelen. [video]
|
|
Latakia - Aleppo Net buiten de stad liggen de restanten van een stad waarvan het begin zo’n 8000 jaar teug ligt: Ugarit. Het oudste alfabet is daar gevonden en nu in het National Museum in Damascus te bewonderen. De plek werd vandaag overspoeld door middelbare scholieren met een uitje, hun interesse ging duidelijk ergens anders naar uit dan stenen. Na de obligatoire theepauze en een fotostop bij de kust reed Nidal weer de heuvels in. Op een heuvel ligt een enorme burcht, wat kleiner dan de eerst bezochte Krak de Chevaliers maar heel vernuftig onneembaar aangelegd: Qala’at Salah Ad-Din, inderdaad de man in het westen bekend als Saladin. 5 m dikke muren en Een 30 m diepe gracht aan de kant waar de toegang lag maakten dat de burcht nooit is veroverd.
|
|
Sint Simeon en Aleppo Een stukje rijden ligt in de heuvels het Simeonsklooster. Het zijn de resten van een prachtige basiliek met wat over is van een zuil waarop die rare Simeon 40 jaar lang heeft geleefd. Het complex wordt vandaag overspoeld door veel schoolklassen die in de ruïnes gaan zingen en dansen. Ook willen er veel met die rare toeristen op de foto, en er is er niet één zonder mobieltje om foto’s te nemen. |
|
Aleppo - Deir-ez-Zor Vandaag een drukke dag voor Nidal, zo’n 350 km te rijden. De eerste stop is vlak bij de dam van het grote Al-Assad stuwmeer. Na de koffie rijden verlaten we de doorgaande weg om de woestijn in te rijden. Na zo’n 30 km rijst opeens een enorme muur op. Deze omsluit de ruïnes van Rasafeh. Via de noordpoort betreden we het enorme complex, geheel omsloten door de muur met echter maar nog enkele resten van gebouwen overeind. De zon brandt genadeloos als Bashar ons de resten van de centrale kerk, de khan, de cisternen en vooral van de kerk van Sint Sergius laat zien. Ondertussen heeft Nidal met behulp van de mensen in de nabije cafetaria een lunch voor ons neergezet. Het is jammer dat er zo veel lekkers ongenuttigd blijft
|
|
Doura Europos en Mari De weg langs de Euphrat brengt ons zo’n 100 km verder naar Doura Europos. Een groot trrein pal aan de rivier waarvan de stadsmuren deels nog overeind staan. Verder is er nog veel werk te verrichten en vraagt het veel aan de verbeelding om een indruk te krijgen van deze stad uit de 3e eeuw A.D. De wandeling met Bashar, zijn uitleg en de schaarse bordjes kunnen wel e.e.a. verduidelijken. Indrukwekkend is behalve de ligging de grootte en leegte, er zijn ook weinig andere toeristen.
|
|
Deir-ez-Zor - Palmyra Een wat langere afstand (210 km), buiten ligt de woestijn die hier redelijk saai is, in het busje gaan zoals gewoonlijk de snoepzakken rond, wordt er wat gekletst of muziek geluisterd. Nadat de bagage in het hotel in Tadmor (zo heet Palmyra op z’n Arabisch) ligt, gaat het meteen door naar de site. Een reusachtig geheel met lange avenue omzoomd door zuilen en aan de andere kant het monumentale gebouw de tempel van Bel. Hier start onze ronde. Na een uitgebreide verkenning brengt ons het busje naar de Valley of the Tombs, waar de eerste ondergrondse tombe met een sleutel van wel 20 cm lang wordt geopend, binnen is er plek voor tientallen overleden, versierd met fresco’s. Na nog een tweede tombe te hebben gezien gaat het terug naar de site en lopen we nu door de grote boog de avenue in, we zien het theater, de agora, de grote bankethal. Het kost weinig moeite om zich voor te stellen hoe het inde oudheid heeft uitgezien. Een mooie stad die verbonden is met Zenobia, de eigenwillige heerseres. We gaan buiten lunchen, het eten is echter teleurstellend, blijkbaar zijn hier te veel toeristen. Voor de zonsondergang gaan we met de bus na de burcht Qala’at Ibn Maan. Het is echter bijzonder heiig en het uitzicht en de zonsondergang vallen wat tegen. Terug in Tadmor weet Nidal weer een leuke eetgelegenheid, het is er eenvoudig, de mensen zijn vriendelijk en het voedsel is goed. Aan de overkant drinken we nog thee in een winkeltje, er worden wat spullen bekeken en gekocht en uitgebreid gekletst met de eigenaar. |
|
Palmyra - Damascus Hanneke, Truus en Peter gaan vroeg uit de veren om de zon te zien opgaan tussen de ruïnes van Palmyra. Dit voornemen lukt en wordt beloond met een mooi zacht licht dat de stad beter laat uitkomen dan het harde licht overdag. We lopen nog langs de restanten van de kerk en de tempel van Baal Shamin voordat we aanschuiven bij het ontbijt.
|
|
Damascus - Amman Er staat een ander busje met een andere chauffeur en reisleider klaar om ons eerst naar Bosra te brengen. De moderne stad staat te midden van de restanten van de hoofdstad van de Romeinse provincie Arabia. Aan weerskanten van de decumanus (hoofdweg) staan de poorten, we zien de resten van tal van gebouwen waaronder de kathedraal, het nymphaeum, de markt, de hammam en last but not least het Romeinse theater. De tijd heeft dit bouwwerk vrijwel niet aangetast en het overtreft de concurrenten die we nog zullen zien in Amman en Jerash. |
|
Amman De volgende ochtend staat er de plaatselijke agent en stelt ons de chauffeur/escort voor. Maar waar is onze reisleider dan? Die is er niet, daar gaan we echter niet mee akkoord. We lopen de ene heuvel af en de andere weer op (trappen genoeg) en komen zo bij de citadel. Die ligt dus op de Jebel al-Qala’a (dat snappen we ondertussen ook) en heeft naast de al eerder geziene restanten van de tempel van Hercules een mooi zicht op het Romeinse theater. Verder is er het Umayyadpaleis en een kleine maar aardig archeologisch museum. Daar zien we het oudste menselijke figuur (8000 jaar), voorwerpen uit Petra, mooie Romeinse figuren en een voorbeeld van antieke hersenchirurgie (mislukte). De trapjes brengen ons weer downtown waar we voorzien van thee de bedrijvigheid van de stad aan ons voorbij laten gaan. De rest van de dag brengen we luierend door, dat hebben we ondertussen wel verdiend. Voor het eten gaan we naar El-Quds (Jerusalem), niet zo raar als je weet dat de helft van de bevolking Palestijnen zijn. We gaan voor een lekker mixed grill behalve Truus die niet van schapenvlees houdt. Haar kipgericht is echter niet lekker. Het vreemde is dat je eerst door een banketbakkerij moet voordat jet achter in de ruimte in het restaurant komt.
|
|
Jerash en de Dode Zee Langs de snelweg ligt aan een pomp een bakkerij en een supermarkt, daar gaan we eerst boodschappen doen. Na een half uurtje rijden komen we in Jerash, het Romeinse Gerasa. Eerst passeer je de Hadriaanspoort en kom je langs de hippodroom waar nog steeds paardenraces worden gehouden (of nagespeeld). Rond het grote ovale plein stonden vroeger winkeltjes, hier start de Cardo (hoofdstraat), men ziet het theater en de resten van de tempel van Zeus liggen. Terwijl we naar de tempel van Artemis kijken komen de ondertussen al obligatoire schoolklassen langs. Er zijn nog wat resten van kerken, deels aardbevingsbestendig aangelegd, mooi mozaïken, een minitornado, een weids uitzicht over de hele site en het stadje en tenslotte het theater. Daar zitten de schoolklassen te zingen en komt er nog een ‘kapel’: twee drums en een doedelzak. Dit laatste instrument komt oorspronkelijk uit Pakistan en via het Middenoosten naar Engeland. [video] |
|
Amman - Wadi Musa De rit gaat weer richting Dode Zee en overal staat politie en leger langs de weg. De andere weghelft is helemaal afgezet en opeens komt een colonne zwarte limousines langs gezoefd. De paus heeft ervoor gekozen om samen met ons in Amman te zijn en dat was die dan. Verder hadden we er gelukkig geen last van hem. De volgende bestemming is Mount Nebo waar Mozes het beloofde land liet zien. Door het heiige weer zien we wel het dal van de Jordaan maar weinig beloofd land. Er zijn wel mooie mozaïeken in de Old Baptistry. Een stukje verderop ligt Madaba, nog helemaal vol gehangen met vlaggen en spandoeken (“Holy pope, care for my sheep”). Ja, de paus was ons de dag ervoor voorgegaan. Buiten de kerk staan borden om uitleg te geven aan wat binnen is te zien: een mozaïek, de kaart van het heilig land. Het mozaïek lag oorspronkelijk in een Byzantijnse kerk, de huidige moderne kerk is op dezelfde plaats gezet. Vanaf Madaba gaat de reis over de “King’s Highway”. Niet dat de weg zo koninklijk is, maar het is een oude route richting Rode Zee, Mekka en Egypte. De volgende stop is in is boven Wadi Mujib. Het uitzicht over het diepe dal is prachtig, de weg slingert naar beneden, gaat over de dam van een stuwmeer een dan weer omhoog. Tijdens de klim aan de andere kant stoppen we bij een tent langs de weg voor een kop thee, het uitzicht is er gratis. De reis wordt vervolgt tot aan Karak. De gids loodst ons door een deel van de immense kruisvaardersburcht. Dit gebouw wordt deels gerenoveerd en nog opgegraven, nou eigenlijk uitgegraven.
|
|
Petra Redelijk vroeg gaan we op pad, betalen entree (€ 23 + € 7 voor het paard ?? hoezo paard?) en gaan dan richting een rotsspleet (Bab as-Siq). Daarvoor staan wel koetsjes die je voor $ 20 dollar die ene kilometer door de kloof willen brengen. We gaan de kloof (Siq) binnen en stoppen telken voor wat uitleg. De rotsformaties zijn heel bijzonder en plotseling doemt aan het einde van de kloof de “Treasury” op. Een enorm ‘gebouw’, maar dat woord klopt niet. Hier is niets gebouwd maar uit de rots gehakt, daar is geen baksteen aan de pas gekomen. De ochtendzon gaat het gebouw steeds meer verlichten waardoor de kleur steeds verandert. Verder lopend door de zogenaamde Outer Siq liggen er steeds weer ‘gebouwen’ en tombes. Voorbij het theater, waar men vernuftig gebruik maakte van de rotsen, wordt het dal breder en strijken we neer voor thee. De immense tombes aan de oostkant liggen nog in de schaduw. We volgen de weg die hier een knik maakt een overgaat in een Romeinse “colonnaded street”. Hierlangs liggen de resten van de markten en tempels, aan het einde een poort. Die geeft toegang tot de Temenos (hof van een tempel), aan het einde staan de muren van de Qasr al-Bint, een tempel van de Nabateërs. Hier eindigt de uitleg van de reisleider. We besluiten de klim naar de “Monastery” te doen. De weg is deels voorzien van trappen en stijgt gestadig. Onderweg is er zicht op grillige rotsformaties. Bovenaan zoeken we beschutting voor de brandende zon in de overkapping van een natuurlijke grot met uitzicht op het monumentale gebouw van de “Monastery”. Nadat we ons meegenomen lunch op hadden (vandaar de bakker gisteren) ging Dieneke naar het gebouw en hadden we een mooi referentiepunt. Nu kun je pas zien hoe immens groot het is (50 m x 50 m). Nog een korte klim leidt naar een mooi uitzichtspunt over de 1000 m lager liggende Wadi Araba. De afdaling gaat gestaag met veel tegenliggers, gelukkig waren we op tijd om alles in betrekkelijke rust te aanschouwen.
|
|
|
De weg gaat over de Desert Highway naar de afslag Wadi Rum. Er is een bezoekerscentrum waar we een korte film zien. Een stuk verderop is er thee en wacht een pickup op ons. Met deze 4WD gaat het de woestijn in. Een prachtig schouwspel van grillig geërodeerde rotsen, zandduinen in gele, oranje en rode schakeringen. Steeds wordt er op het dak geklopt: fotostop. Onze bestuurde/bedoeïen blijft er geduldig en vriendelijk onder. Er kan een zandduin worden opgelopen, het bekende 2 stappen vooruit, 1 stap achteruit, er zijn wat resten van de schuilplaats van Lawrence of Arabia, en wat kilometers verderop zitten twee camelboys. We krijgen kamelenmelk aangeboden (nee, dank u wel – la, shoekran), een wat gebrekkige conversatie, maar de vriendelijkheid en gastvrijheid straalt er van af en het geheel heeft een heel pastorale sfeer. Weer wat kilometers verder is er een bedoeïentent waar thee wordt verkocht. Opeens komt eer een hele stoet pickups aan; 150 Nederlanders die met de EO een reis door Israel en Jordanië maken. Blij dat we weer weg kunnen gaan we op pad voor ons tentenkamp. Omdat het oorspronkelijk geplande kamp gesloten is moeten we uitwijken naar een ander kamp: een reusachtige bedoening met minstens honderd tenten rond een centraal plein – niet echt wat je verwacht van een tentenkamp in een woestijn. Maar het komt erger – de stoet pickups met de EO’ers verblijft er ook. Het is net de 8e plaag: godvruchtige sprinkhanen die alleen onderweg zijn. We gaan met onze pickup-bedoeïen nogmaals de woestijn in. Hij heeft als hobby een valk en laat zien hoe deze een eveneens meegenomen hoentje pakt. Een wat gruwelijk schouwspel, maar het is een prachtige vogel.
|
|
|
|
We besluiten het ontbijt te laten voor wat het is en ons vroeg uit de voeten te maken. Ook onze Jordaanse begeleiders zijn blij te kunnen vertrekken en om 7 uur zitten we al in het busje. Het ontbijt halen we in Aqaba in, lekker op een terrasje langs de weg met Jordaans voedsel. Onze reisleider vertrekt terug naar Amman en onze chauffeur Oddi kruipt uit zijn schulp: hij biedt ons een stadsrondrit door Aqaba aan, brengt Dieneke en Hanneke naar de 20 km zuidelijk gelegen stranden. |
Aqaba Oddi heeft een grote glassboat voor ons alleen geregeld. Het is heerlijk om 1 uur naar de zuidelijke stranden te varen. Daar wordt uitgebreid gekoersd over het prachtige koraal – er zijn heel veel verschillende vormen en kleuren en tussendoor wat scholen vis. Het fotograferen door de perspex bodem gaat wat moeizamer, je moet het toestel gewoon op de plaat leggen. De boot wordt aan een boei vastgezet en de kapitein en Dieneke gaan snorkelen. Hanneke, John en Peter gaan zwemmen rondom de boot, je moet blijven zwemmen, doe de straffe wind is de stroming nogal sterk. Het water is heerlijk fris, helder en heeft prachtige kleuren blauw. Op de terugvaart zitten we allen achter in de boot om te voorkomen dat we volledig onder gesproeid worden, we moeten recht tegen de wind in. |
|
Aqaba - Amman Het afscheid nemen is aangebroken. Via de linkerbaan van de Desert Highway brengt ons Oddi in vierenhalf uur incl. pauze terug naar heet al bekende hotel in Amman.Daar nemen we afscheid van hem. We struinen nog een de stad in (downtown), er worden nog wat boodschappen gedaan en we eindigen in El-Quds voor het galgenmaal. In het hotel wordt er gekaart (Uno) totdat het tijd is geworden voor Hanneke om afscheid te nemen. Om half elf halt de plaatselijke agent haar op. |
|
naar huis De volgende ochtend zijn wij aan de beurt, tot onze verrassing staat Oddi klaar om ons naar het vliegveld te brengen. Hij pikt de plaatselijke agent onderweg op en hij loodst ons door de uitreisprocedure. In de tax-free winkeltjes worden de laatste JD’s stukgeslagen. Na 5 uur vliegen zitten we weer in London Heathrow, tijd voor de pub. Er is Guiness van de tap, pubfood (fish en chips) en nog een rondje Uno voordat we in de kleine Embraer 145 naar Amsterdam vliegen. |
|